Begeleidingsgesprek
Om de juiste voorzieningen en problemen boven tafel te krijgen, is een goede gespreksformat waarin de student de ruimte krijgt erg belangrijk. Deze tips helpen bij het houden van een goed begeleidingsgesprek.
Over studenten met een functiebeperking
Studenten met een functiebeperking kunnen in een gesprek soms anders reageren dan andere studenten. Hieronder staan hiervan een aantal voorbeelden samen met de oorzaken:
- Onzichtbare problematiek, zoals pijn, energiegebrek en/of concentratieproblemen;
- Afhankelijkheid van de omgeving vanuit de gewoonte om anderen beslissingen te laten nemen;
- Neiging tot bagatelliseren van de problemen om als ‘normale’ student gezien te worden;
- Onbegrip van de omgeving, vooral als de beperking onzichtbaar is of de student goede en slechte periodes heeft;
- Een achterstand in persoonlijke en sociale ontwikkeling omdat in het verleden de tijd vaak opging aan behandeling, vervoer en onderwijs;
- Een achterstand in sociale vaardigheden als gevolg van de voorgaande reden of door een psychische of sociale beperking.
Bij specifieke beperkingen
Bij een aantal beperkingen zijn een aantal aanvullende voorwaarden nodig om een goed begeleidingsgesprek te voeren. Hieronder worden zaken genoemd waar extra rekening mee moet worden gehouden in het geval van bepaalde functiebeperkingen.
Beperking in zien
- Lichaamstaal wordt niet of in mindere mate waargenomen;
- E-mail informatie, adressen en namen door, zodat de student geen aantekeningen hoeft te maken om ze te onthouden, maar ze thuis na kan lezen.
Beperking in horen
- Liplezen is erg inspannend;
- De woordenschat van studenten met een auditieve beperking is vaak minder ontwikkeld;
- Het gebruik van een hoortoestel maakt van een student nog een goedhorende student;
- Lichaamstaal speelt een belangrijke rol in de communicatie;
- De student ‘hoort’ niets als hij of zij niet aangekeken wordt;
- De mond moet zichtbaar zijn, voldoende licht is hierbij belangrijk;
- Een nieuwe mond vraagt gewenning, in de loop van het gesprek zal de student het gesprek beter gaan ‘verstaan’;
- Gebruik korte zinnen en spreek op korte afstand;
- Zorg voor een normaal stemgeluid, -volume en –tempo, wijzigingen hierin veranderen het woordbeeld en zijn daarom moeilijker af te lezen;
- Voorkom achtergrondlawaai;
- Schrijf namen en adressen op;
- Natuurlijke gebaren ondersteunen het gesprokene, maar houdt hierbij wel het hoofd stil;
- Check geregeld of de student alles begrepen heeft, vaak hebben mensen met een auditieve beperking de neiging om te gissen naar wat gezegd wordt;
- Benader de student nooit van achter, daar kan hij of zij van schrikken;
- Smoes niet met anderen, waarbij de student het niet kan verstaan;
- Praat niet door elkaar.
Beperking in spreken
- Onzekerheid speelt soms een rol en verergert de beperking (bijvoorbeeld bij stotteren);
- Vul de student niet aan en verbeter hem niet, maar geef de ruimte om het verhaal te laten vertellen;
- Zorg voor aanvullende communicatiemiddelen, zoals pen en papier of computer die de student kan gebruiken als hij of zij aangeeft dat dat prettiger is.
- Let op de lichaamstaal van de student, hiermee wordt vaak veel uitgedrukt.
Verminderde belastbaarheid
- Plan korte afspraken omdat energie en concentratie verminderd kunnen zijn door de aandoening of door medicijngebruik;
- Veel van deze studenten hebben een gevoel van onmacht, omdat ze niet kunnen wat ze willen;
- Spanning en onzekerheid spelen vaak een rol bij deze groep studenten;
- Het gedrag en de sociale vaardigheden kunnen door de aard van de aandoening bepaald worden en afwijken van wat ‘normaal’ is;
- Creëer een vertrouwensband door naar zijn of haar verhaal te vragen en vermeldt dat de gesprekken vertrouwelijk zijn.
Gespreksinhoud
- Begin elk gesprek met een evaluatie van de afgelopen periode. Zijn doelen gehaald, hoe gaat het met het inspanningsniveau en wat was reëel?;
- Splits de evaluatie eventueel uit in studiedoelen en persoonlijke doelen;
- Informeer actief naar nieuwe problemen omdat deze niet altijd meteen op tafel worden gelegd;
- Informeer naar de interactie met medestudenten en docenten en probeer daarmee inzicht te krijgen in sociale issues die het leerplezier en het energieniveau van de student kunnen verminderen;
- Ga samen met de student op zoek naar oplossingen voor problemen die nog niet aangepakt zijn of nieuwe problemen. Probeer daarbij open te staan voor de student, aangezien die ervaringsdeskundige is;
- Maak een reële planning voor de komende periode in samenspraak met de student en maak afspraken over eventuele knelpunten;
- Formuleer studiedoelen en persoonlijke doelen voor de komende periode;
- Vat het gesprek inclusief de afspraken nog een keer samen en vraag de student of hij dit begrijpt en het hiermee eens is;
- Zet deze afspraken en leerdoelen samen op papier, als handvat voor het volgende gesprek;
- Plan een nieuwe afspraak en leg deze vast.
Autisme, dyslexie en psychische problemen
Aanwijzingen bij begeleiding van studenten met een autismespectrumstoornis,
dyslexie en psychische problemen staan uitgebreider beschreven in drie uitgaven
van handicap + studie:
Autisme en studeren in het hoger onderwijs (2009), zowel digitale
(PDF, nieuw venster) als
papieren versie
Dyslexie in het hoger onderwijs (2010), zowel digitale
(PDF, nieuw venster) als
papieren versie
Studeren zonder storing (2009), alleen digitaal
(PDF, nieuw venster)

Sociale media