Opmaak uitschakelen
Certificaat van toegankelijkheid Voor de gekeurde pagina's van de website http://www.handicap-studie.nl

Gehanteerde criteria - Eva

Gehanteerde criteria - Eva
">

Gehanteerde citeria: 50% Medische verklaring, 33% Belastbaarheid instelling, 17% Doeltreffendheid aanpassing, 83% Overige, 83% Vereiste competentie/doel

Door de verschillende examencommissies wordt een veelheid van criteria gehanteerd bij het beoordelen van de aanvraag van Eva. 83% van de examencommissies kijkt als eerste naar de doelen en daarmee naar de vraag ‘worden met de aanpassing dezelfde competenties getoetst als de oorspronkelijke toets (kwaliteitsborging)?’ Vervolgens kijkt 50% van de examencommissies of er een medische verklaring aan de aanvraag ten grondslag ligt. 83% van de instellingen betrekt naast de wettelijk verplichte criteria ook andere criteria bij hun besluitvorming, zoals de inspanningen van de student, het advies van de studentendecaan en de vraag of de competentie van belang is in de beroepspraktijk. De doeltreffendheid van de aanpassing wordt slechts door 17% van de examencommissies in het oordeel meegenomen.


Tip van handicap + studie

Opvallend is dat veel instellingen bij de casus Eva de relatie leggen met de relevantie in de beroepspraktijk. Dit is een belangrijke vraag, alleen op een andere niveau dan dat van de aanpassing voor de individuele student. Een examencommissie kan indien nodig een signaal afgeven aan de opleiding, om herziening of herformulering van de opleidingsdoelen in overweging te nemen, indien deze onvoldoende aansluiten bij de beroepspraktijk.

 Beantwoord bij het behandelen van een aanvraag de volgende vragen:
  1. Worden met de aanpassing dezelfde competenties getoetst als de oorspronkelijke toets (kwaliteitsborging)?
  2. Is de aanpassing doeltreffend (geschikt en noodzakelijk)?
  3. Vormt de aanpassing geen onevenredige belasting voor de instelling?
De overige onderwerpen kunnen meegenomen worden in het gesprek tussen de student+ en de studentendecaan. Het zijn geen beoordelingscriteria.

Jan Willem Roodenberg van de Inspectie hoger onderwijs zegt hierover:

‘Het aanvullende criterium ‘de beroepspraktijk’, zou overbodig moeten zijn als je als opleiding je competenties hier goed op beschreven hebt. Het zou dan inhoudelijk al in de competenties gedekt zijn.’


Henri Ponds van de NVAO zegt:

‘Wanneer examencommissies onderling structureel met elkaar gesprekken zouden voeren over casuïstiek, kunnen ze tot een meer vergelijkbare werkwijze komen. Dit kan de basis vormen voor het beleid of de aanpak die zij hanteren bij het behandelen van aanvragen voor voorzieningen of aangepaste toetsvormen voor studenten met een functiebeperking. Op deze manier ontstaat een meer gelijke behandeling, met meer gelijke uitkomsten. Er zijn hogescholen die hiermee al goede ervaringen hebben’