Opmaak uitschakelen
Certificaat van toegankelijkheid Voor de gekeurde pagina's van de website http://www.handicap-studie.nl

Jimmy's: een netwerk voor en door jongeren

-
Jimmy's: een netwerk voor en door jongeren
">
Fanny Koerts is mede-initiatiefnemer van Jimmy’s. Dat is een netwerk waar jongeren terecht kunnen met al hun vragen. Jimmy’s wordt gerund door jonge mensen, en als het nodig is, is er een netwerk van experts om jongeren verder te helpen. Handicap + studie ziet in het werk van Fanny Koerts een sterke link met studentenparticipatie op hoger onderwijsinstellingen en ging hierover met haar in gesprek.

Foto Fanny Koerts

Fanny Koerts tijdens een van de regiobijeenkomsten van handicap + studie

De vragen van jongeren kunnen gaan over geld, maar bijvoorbeeld ook over problemen thuis, of dingen die ze willen organiseren. De focus ligt op talentontwikkeling, netwerkversterking, organiseren van ontmoeting en stimuleren van zelfredzaamheid. Jimmy’s wordt gefinancierd door gemeenten, en is al actief in Groningen, Appingedam, Stadskanaal, Hoogezand, Nijmegen, Doetinchem, Leeuwarden en Velp.

Wat zijn jouw drijfveren?

“Vroeger wilde ik de wereld verbeteren, ik vond veel dingen gek en onrechtvaardig. Nog steeds vind ik dat de wereld wat meer idealisme kan gebruiken, maar wel op een praktische manier.
Ik heb SPH gestudeerd. Tijdens mijn studie kwam ik erachter  dat hulpverlenerschap voor mij vooral is kijken naar wat de mensen zelf kunnen en de verantwoordelijkheid – waar mogelijk – bij henzelf laten: eigenaarschap. Tijdens mijn studie kwam ik er ook achter waar mijn eigen intrinsieke motivatie ligt, namelijk bij talentontwikkeling.”

Waarom Jimmy’s?

 “Als je goed luistert naar jongeren, merk je dat jongeren zelf graag een bijdrage willen leveren. De benadering is alleen erg belangrijk. Daar ligt ook mijn drive. Uitgaan van de beleving van jongeren, samen kijken wat er mogelijk is. Jimmy’s is een plek waar dit gebeurt.
Belangrijk is dat je de goede vragen stelt en jongeren ondersteuning kan bieden. Jongeren zijn niet altijd gewend dat hun mening wordt gevraagd en hun acties er toe doen.”

Hoe gaan jullie te werk?

“Bij Jimmy’s bedenken we zo min mogelijk zelf en doen we zo veel mogelijk in co-creatie met jongeren en professionals. We halen vooral veel wensen en ideeën op bij de jongeren. Daar gaan we - met de jongeren samen -  mee de hort op, bijvoorbeeld naar gemeenten. En daar blijkt vaak dat er veel behoefte is aan informatie over wat jongeren willen en belangrijk vinden, en dat hun wensen en ideeën echte eyeopeners kunnen zijn voor professionals. Zo geeft Jimmy’s mee invulling aan preventief en positief jeugdbeleid van gemeenten!
Wat betreft de link met studentenparticipatie: als je start met  studentenparticipatie is het wel belangrijk van tevoren stil te staan bij wat je gaat doen met de antwoorden die je krijgt van studenten. Dit lijkt logisch, maar als je eigenlijk niet van plan bent om je oorspronkelijke koers te wijzigen, en uit de feedback blijkt dat dit wel wenselijk is, wat doe je dan?”

Hoe gaan jullie om met regelgeving, beleidskaders e.d.?

 “Wat je doet moet aansluiten bij de wereld van nu, bij huidige wet- en regelgeving en beleid. Anders wordt het niet opgepikt. Gelukkig past ons concept momenteel goed in de tijdsgeest. Denk bijvoorbeeld aan de transitie en transformatie van de jeugdzorg. Preventie en uitgaan van eigenaarschap van jongeren is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In het sociale domein zien we een verschuiving naar meer eigen verantwoordelijkheid en participatie. Dat sluit goed aan bij de uitgangspunten van Jimmy’s. Daarom worden we goed opgepikt door verschillende gemeenten. Deze ‘aansluiting’ geldt denk ik ook voor het opzetten en continueren van studentenparticipatie bij hoger onderwijsinstellingen. Door aan te sluiten bij de bestaande regelgeving en het beleid, creëer je commitment en kun je beter samenwerken met de hoger onderwijsinstelling.”

Het klinkt allemaal erg mooi. Maar lopen jullie niet tegen dingen aan?

 “Natuurlijk. Zo heb je soms een lange adem nodig. Voordat Jimmy’s van start kan gaan in een gemeente hebben we een lang voortraject achter de rug. Er gaat zeker nog wel eens wat mis. Dat heeft vaak te maken met verschillende belangen die spelen die niet worden uitgesproken. Voordat we een project starten gaan we daarom op zoek naar waar beweging is: mensen die ook in de actie-modus zitten. Geen jaknikkers, maar juist voorlopers.

Je moet jongeren en studenten kunnen laten experimenteren, maar er ook zijn als het misgaat. Dat geeft vertrouwen. Wat ik zelf wel eens doe is iets expliciet een pilot noemen. Erg handig, omdat hieruit al blijkt dat het een ontdekkingstocht is, een zoektocht naar wat werkt en wat niet. Dat hierbij af en toe wat misloopt, hoort er vanzelfsprekend bij.

Ik kan me een leidinggevende herinneren die zei: ‘Ik wil minimaal één keer per week iets zien wat jullie doen waar ik boos over word.’ Dat vond ik eigenlijk een goede instelling, omdat hij hiermee eigenlijk zegt dat je fouten mag en moet maken om verder te komen. En dat dat oké is.”

Kun je iets zeggen over de resultaten van Jimmy’s?

 “Meten in welke mate jongeren eigenkrachtig zijn geworden en wat het bijdraagt aan preventief jeugdbeleid, zijn wel vraagstukken waar we mee bezig zijn. Dit doen we vooral door veel verhalen van jongeren zelf op te halen. De verhalen geven motivatie en nieuwe inzichten, zowel voor jongeren als voor professionals.”

Heb je nog een aantal tips voor hoger onderwijsinstellingen bij het organiseren van studentenparticipatie? 

  1. “Stop met denken voor je doelgroep. Dit is een valkuil waar ik ook nog elke dag scherp op moet letten. Mensen hebben de neiging om voor onze doelgroep te denken en daarop acties te ondernemen. Terwijl we natuurlijk nooit kunnen weten wat de doelgroep precies denkt en wil. Studentendecanen doen dit soms ook nog, invullen voor studenten wat ze wel of niet zouden kunnen/willen. Maar je ontneemt studenten dan eigenlijk ook de kans om input te leveren en om te falen. Terwijl je daarmee juist je grenzen verkent en verlegt. Wel wil ik hierbij benadrukken dat het erg belangrijk is om bij dit ‘experimenteren’ als vangnet te fungeren.
  2. Heb positieve verwachtingen. Ga uit van de gedachte dat jongeren mee willen doen, mee willen denken; dit werkt als een soort selffulfilling prophecy. Vergelijk het met een teamsport. Als Messi er niet op vertrouwt dat zijn teamgenoot een goede voorzet kan geven, zal hij zich eerder inhouden en eerder missen dan wanneer hij de ander ten volste vertrouwt. Hetzelfde geldt voor het vertrouwen dat je studenten meegeeft.
  3. Begin klein. Als je studentenparticipatie organiseert moet je van tevoren goed bedenken waar je tevreden mee bent en de lat niet te hoog leggen. Stel dat je vindt dat bij een bijeenkomst 50 studenten moeten komen en er komen er 5, dan ben je waarschijnlijk teleurgesteld. Terwijl als je een goed gesprek gehad hebt met de 5 deelnemers en er 3 zeggen graag op de hoogte te willen worden gehouden, dit een mooie uitkomst kan zijn voor een vervolg.
  4. Vraag aan studenten met welke middelen te communiceren. Bedenk bijvoorbeeld als studenten aangeven op de hoogte te willen worden gehouden, hoe je dit gaat doen. En vraag hen dit. Want als je ze lange verslagen toestuurt terwijl ze met een appje of een paar sheets geïnformeerd willen worden, communiceer je langs elkaar heen.
  5. Sluit aan bij bestaande initiatieven/regelgeving. Bij Jimmy’s zijn we nu onder andere succesvol omdat we samenwerken met verschillende partners, zoals gemeenten, welzijnsorganisaties en lokale jongereninitiatieven. Er ontstaat co-creatie, waarmee we onszelf steeds opnieuw uitvinden.” 

Voor wie meer wil lezen:
In het boek Om de jeugd. Perspectief voor beleid en praktijk van René Clarijs is een artikel opgenomen over Jimmy's: Jimmy's shoots for the moon