Opmaak uitschakelen
Certificaat van toegankelijkheid Voor de gekeurde pagina's van de website http://www.handicap-studie.nl

Aanpak

Aanpak
">
Hieronder worden stappen beschreven die kunnen worden gezet om studentenparticipatie te organiseren. De voorbeelden die aan bod komen zijn het opzetten van een studentenplatform en peer-to-peer coaching (buddy-systeem).

Studentenplatform

Hieronder wordt in 10 stappen beschreven hoe een studentenplatform kan worden opgezet.

Stap 1 - Bepaal het doel van je initiatief

Bepaal het doel van je platform. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om periodiek bijeen te komen met een aantal studenten om ervaringen uit te wisselen. Een doel kan ook zijn om inhoudelijk bij te dragen aan of inspraak te hebben op het beleid over studeren met een functiebeperking. Het is belangrijk dat het doel aansluit bij de behoefte die er is onder studenten. Maak je doelstelling SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden).
Bedenk wanneer het platform een succes is. Als we uitgaan van het hiervoor genoemde eerste doel, is het platform succesvol bij een x-aantal bijeenkomsten gedurende een bepaalde periode, waar een x-aantal studenten aan deel heeft genomen. Wees realistisch. Niet alles kan en moet in één keer. Het is een proces. 

Stap 2 - Draagvlak door bekendheid via studentendecanen/studieadviseurs

Maak je initiatief bekend bij (andere) studentendecanen of studieadviseurs. Zij hebben contact met andere studenten met een functiebeperking en kunnen jouw initiatief direct persoonlijk bij hen onder de aandacht brengen. Vraag hen ook om dat te doen. Vooral de studenten vanuit een positieve insteek en persoonlijk benaderen werkt daarbij goed. Informeer bij hen naar waar behoefte aan is. De studenten voelen zich dan vaak betrokken en vinden het fijn wanneer hun input wordt gevraagd en gewaardeerd.

Stap 3 - Bekendmaken van je initiatief

Wil je dat studenten zich aanmelden en naar een eerste bijeenkomst komen? Communiceer je initiatief binnen de instelling via verschillende communicatiekanalen, zoals intranet, blackboard, lichtkrant, social media, studenten-of universiteitsblad. Een paar enthousiaste studenten die je idee wel zien zitten bij elkaar krijgen, kan al voldoende zijn voor het begin.

Stap 4 - Persoonlijk uitnodigen

Nodig zelf ook persoonlijk andere studenten uit. Persoonlijke benadering werkt het beste en het geeft je de gelegenheid om er meer over te vertellen of aan de anderen uit te leggen wat je ermee wilt.

Stap 5 - Houd de eerste bijeenkomst

Prik een moment waarop je voor het eerst bij elkaar komt. Niet teveel poespas, houd het eenvoudig en vooral laagdrempelig. Houd de eerste bijeenkomst redelijk informeel. Laat veiligheid, openheid en een positieve houding centraal staan. Laat een voorzitter de bijeenkomst leiden. Creëer gelegenheid om input te leveren. Let erop dat het niet een bijeenkomst wordt waarbij alleen wordt geklaagd over wat er niet goed geregeld is. Natuurlijk kunnen deze facetten ook aan de orde komen, maar laat ze niet overheersen. Luister naar elkaar, heb respect voor andere meningen en uitgangspunten. De studenten hebben binding met elkaar om dat ze samen iets meemaken wat andere studenten niet meemaken.

Stap 6 - Eerste bijeenkomst en dan?

Aan het eind van de eerste bijeenkomst kun je, samen met de deelnemers, beslissen hoe verder vorm wordt gegeven aan het platform. Als dit vooraf is uitgedacht kan dit natuurlijk ook aan het einde van de bijeenkomst worden geëvalueerd. En worden gekeken naar de vervolgstappen:

  • Wat is nodig om het platform vorm te geven?
  • Wie heb je nodig?
  • Heb je de juiste contacten al in je groep of netwerk of moet je nog nieuwe contacten leggen? En hoe ga je die leggen?

Stap 7 - Activiteiten

Afhankelijk van het doel voor het platform, kun bij activiteiten je denken aan:  
  • empowermentbijeenkomsten of workshops (bijvoorbeeld: ‘Studiestress’, ‘Van studie naar werk’, ‘Vertel ik het wel, vertel ik het niet?’, ‘Studieplanning’, ‘Studeren met ASS/ADHD’, etc.)
  • sociaal georiënteerde bijeenkomsten (bijvoorbeeld lunches of borrels
  • trainingen en overleggen

Je kunt per studieperiode een activiteit organiseren toegankelijk voor iedere student met een functiebeperking, maar je kunt ook voor meer of minder kunnen kiezen of voor heel wisselende doelgroepen. Bijvoorbeeld een activiteit over specifiek studeren met ADHD is niet bedoeld voor studenten met chronische ziekte of dyslexie.

Stap 8 - Verbreden van draagvlak binnen de onderwijsinstelling

Om meer bekendheid en medewerking te krijgen binnen een instelling is het belangrijk dat er voldoende draagvlak wordt gecreëerd. Zorg dat je zichtbaar bent en lever bijdragen aan ook andere activiteiten van de hoger onderwijsinstelling. Bijvoorbeeld door mee te denken met de instelling en met oplossingen te komen voor problemen waar de studenten mee te maken hebben. Geef de studenten van het platform mee dat een probleem aankaarten één ding is, maar dat als ze meteen laten zien mee te denken met de oplossingen, ze eerder serieus genomen worden door andere partijen (partners).

Stap 9 - Continuïteit en aansturing

Continuïteit blijkt vaak een lastig punt bij studentenplatforms. Het bestaat immers uit studenten en de studie komt – logischerwijs - op de eerste plaats. Deadlines, stages en afstuderen kunnen conflicteren met activiteiten van het platform. Het maakt het dan wel lastig om de continuïteit van het platform te waarborgen. Een kleine kern actieve leden die zich wat actiever inzetten en meer verantwoordelijkheid dragen (en hier tijd en energie voor hebben), bijvoorbeeld als bestuur of een coördinator die verantwoordelijk is voor de voortgang en de activiteiten van het platform, kunnen hier uitkomst bieden. Vooral wanneer de coördinator een medewerker is van de instelling. Faciliteren, organiseren van activiteiten (met input van de studenten), sturing geven, bijeenkomsten voorzitten en de voortgang bewaken zijn taken die een coördinator goed op zich kan nemen. Ook kan de coördinator zorgen voor korte lijnen binnen de organisatie waar je als student geen weet van of zicht op hebt. In het begin speelt dit nog niet zo, maar zodra de eerste studenten minder inzetbaar zijn komt de voortgang al in gevaar als daar geen vervanging of andere oplossing voor is.

Stap 10 - Facilitaire en financiële ondersteuning

Het is verstandig om je netwerk binnen de instelling uit te breiden met de facilitaire dienst. Bijvoorbeeld voor het reserveren van ruimtes voor bijeenkomsten en voor concrete oplossingen voor studenten (bijvoorbeeld fysieke toegankelijkheid). Met hen in gesprek gaan en samen oplossingen bedenken is een goede manier om een goed contact op te bouwen.
Het is daarnaast aan te raden om te kijken of financiële ondersteuning mogelijk is. Voor het bestuur en actieve leden, indien hier sprake van is, maar ook bijvoorbeeld voor het organiseren van grotere bijeenkomsten.

Peer-to-peer coaching (buddy)

Hieronder wordt in 6 stappen beschreven hoe een peer-to-peer coachingstraject of buddy-programma kan worden opgezet.

Stap 1 - Zorg voor een coördinator 

Wanneer het plan is gevat voor het opzetten van een peer-to-peer coachingstraject of buddy-programma, zorg ervoor dat de verantwoordelijkheid hiervan bij één of een aantal personen komt te liggen: de coördinator(en). Als coördinator zorg je voor alle organisatorische aspecten, die o.a. in onderstaande stappen worden genoemd.

Stap 2 - Benader ouderejaars studenten met een functiebeperking

Is de ouderejaars student bereid om anderen te helpen? Te informeren? Over eigen ervaringen te vertellen en een andere student wegwijs te maken binnen de instelling en opleiding? Bij wie de nieuwe student terecht kan met vragen of voor hulp? Dan kunnen jullie aan de slag.

Stap 3 - Bekijk met deze ouderejaars student wat hij nodig heeft om de nieuwe student te kunnen begeleiden

Wat heeft de ouderejaars nodig om peercoach of buddy te zijn voor de nieuwe student? Zijn dat faciliteiten, zoals een plek om samen te komen? Is het vooral tijd? Of is er een training nodig? En wat kun je afspreken qua taakverdeling en tijdsbesteding? Denk hierbij na over situaties waarbij de nieuwe student met andere vragen komt dan waarop zou worden gecoacht, meer begeleiding nodig heeft of wanneer het niet goed dreigt te gaan. En denk alvast na over wat voor begeleiding voor de nieuwe student is gewenst: vakinhoudelijk, op sociaal gebied of hoe om te gaan met de functiebeperking tijdens de studie.

Stap 4 - Train of leid de ouderejaars student op en reik tools aan zodat hij de nieuwe student kan coachen

Nadat je samen bekeken hebt wat de peercoach/buddy nodig heeft, is het van belang dat die voorzieningen of trainingen geregeld worden voordat de student aan zijn taak begint. Bij het trainen van een peercoach kun je denken aan gesprekstechnieken zoals LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen), NIVEA (niet invullen voor een ander), niet oordelen, open houding, maar ook om bewustwording van de eigen normen en waarden daarin, etc.

In de training bespreek je ook wat de taakafbakening is van de peercoach. Het gaat om een buddy of peercoach, niet om begeleiding door professionals. Daar zijn anderen voor bedoeld, zoals studentendecanen- en psychologen. Maak duidelijk waar en bij wie de student terecht kan voor wat.

Voorbeeld hogeschool Rotterdam: Vakinhoudelijke peercoaches kwamen uit de eigen opleiding en daarbuiten waren er peercoaches met de ervaring van studeren met een functiebeperking. Bij die laatste gaat het veel meer om
(h)erkenning en begrepen worden.

Stap 5 - Koppelen van nieuwe studenten aan de ouderejaars studenten

Het begint bij de vraag. Er komt een nieuwe student die een behoefte heeft. Afhankelijk van de behoefte, vindt er een match plaats. Als een student behoefte heeft aan iemand die ervaring heeft met studeren met eenzelfde functiebeperking, dan is het handig om daar een peercoach met eenzelfde functiebeperking bij te zoeken. Als het om vakinhoudelijke coaching gaat, kan het een ouderejaars student zijn die aan dezelfde opleiding studeert en interesse heeft om een jongerejaars inhoudelijk te begeleiden bij bepaalde vakken. Het is dan wel prettig wanneer deze ouderejaars ook oog heeft voor mogelijke problemen of belemmeringen van de jongerejaars.

Stap 6 - Intervisie/begeleiding tijdens het studiejaar

De nieuwe student heeft nu een peercoach of buddy om zijn vragen bij te stellen. Maar waar kan de peercoach of buddy terecht wanneer hij een vraag krijgt waar hij niet zo goed raad mee weet, een vraag buiten zijn taakafbakening valt of er andere dingen spelen waar hij vragen over heeft? 

Intervisie met andere peercoaches en supervisie door een ervaren peercoach of studiebegeleider is een heel prettige manier voor zowel de student, de peercoach als de studiebegeleider om te monitoren hoe de coaching gaat. Is de student erbij gebaat? Vindt de peercoach het leuk? Is de match goed? Etc.

Aanvullende overdenkingen voor het peercoach/buddysysteem 

  • Termijn coaching: In eerste instantie kun je afspraken maken voor het eerste studiejaar. Afhankelijk van hoe dat verloopt en of er dan nog behoefte is kunnen vervolgafspraken worden gemaakt. Ervaring leert dat het niet continu nodig is en vooral in het begin en tijdens de eerste twee studiejaren als heel prettig wordt ervaren door de studenten.
  • Aanmeldingsprocedure: Een aanmeldsysteem op het eigen intranet is een mogelijkheid. Coördinatoren van peercoaches krijgen dan de aanvragen binnen en bekijken welke peercoach daar het beste bij past. Zonder zo’n digitaal systeem is het prettig wanneer iemand als coördinator fungeert en dat studenten weten dat ze voor hulp bij die coördinator terechtkunnen. De coördinator zorgt voor de match met de peercoach/buddy.