Opmaak uitschakelen

Universal Design voor docenten

-
Universal Design voor docenten
">
Tijdens de internationale conferentie ‘Is Universal Design any of my business?’ (AHEAD, Dublin, 12/13 april 2013) maakte handicap + studie kennis met Universal Design for Instruction.

Universal Design for Instruction (UDI) is een praktische variant op Universal Design for Learning. Waar UDL zich richt op alle aspecten van onderwijs, houdt UDI zich alleen bezig met onderdelen waar docenten directe invloed hebben: het (her)ontwerpen en uitvoeren van onderwijs. UDI geeft docenten aanwijzingen hoe zij onderwijs kunnen geven dat geschikt is voor studenten met verschillende talenten, belemmeringen en leerbehoeften, terwijl er zo min mogelijk uitzonderingen nodig zijn. Om zulk universeel toegankelijk onderwijs te garanderen zijn 7 principes ontwikkeld.

UDI (Universal Design for Instruction is net als UDL (Universal Design for Learning) ontwikkeld in de Verenigde Staten. Dit was deels uit ideologie (onderwijs voor iedereen) maar ook deels uit noodzaak. Door de strenge disability Act is het onderwijs in de Verenigde Staten verplicht om toegankelijk onderwijs te bieden aan alle scholieren en studenten. Door de grote variatie in studenten (denk aan fysieke, psychische en cognitieve beperkingen, maar ook aan topsporters, moeders, anderstaligen (Spaanstaligen, Aziaten), werkstudenten, studenten zonder schoolgebouw in de omgeving) was het te duur en te tijdrovend om voor elke bijzondere student een oplossing op maat te bedenken. Universal Design (oorspronkelijk een concept uit de architectuur) bood een mogelijke oplossing: de ontwikkeling van onderwijs dat zoveel mogelijk universeel toegankelijk is. Omdat UDI rekening houdt met behoeftes, vaardigheden en belemmeringen van zoveel mogelijk studenten, biedt het niet alleen passend onderwijs voor bepaalde groepen, maar krijgen ook studenten zonder grote belemmeringen onderwijs dat aansluit bij hun leervoorkeuren en talenten.

Principes

Op de website van North Carolina State University (Center for Universal Design) worden de zeven principes genoemd met ieder een voorbeeld:

  1. Gelijkwaardig gebruik: Het ontwerp is bruikbaar en verkoopbaar aan mensen met verschillende vaardigheden. Een voorbeeld: Een onderwijswebsite is zo ontworpen dat alle studenten toegang hebben, ook studenten die blind zijn en voorleessoftware gebruiken.
  2. Flexibiliteit in gebruik: het design kent mogelijkheden voor heel verschillende voorkeuren en vaardigheden. Een voorbeeld: een museum, dat in het kader van een cursus bezocht wordt, biedt elke student de keuze of hij wil luisteren naar of lezen over de inhoud van de vitrines.
  3. Simpel en intuïtief: Het gebruik van het ontwerp is gemakkelijk te begrijpen, zonder te kijken naar de ervaring, kennis, talenkennis of het concentratieniveau van de gebruiker. Een voorbeeld: besturingsknoppen op meetapparatuur zijn gelabeld met tekst en symbolen die gemakkelijk te begrijpen zijn.
  4. Waarneembare informatie: het ontwerp verschaft de benodigde informatie aan de gebruiker op een effectieve manier, en wordt niet beïnvloed door de zintuiglijke vermogens van de gebruiker. Een voorbeeld: een video die tijdens het onderwijs gebruikt wordt, bevat ondertitels.
  5. Tolerantie voor fouten: Het ontwerp minimaliseert risico’s en negatieve gevolgen die veroorzaakt worden door onbedoelde fouten. Een voorbeeld: Software zorgt voor begeleiding en achtergrondinformatie als het merkt dat de interactie tussen de student en het computerprogramma niet soepel verloopt.    
  6. Kleine fysieke inspanning: Het ontwerp kan efficiënt en simpel gebruikt worden, met een minimale kans op vermoeidheid. Een voorbeeld: Deuren van een collegezaal openen automatisch voor studenten met allerlei fysieke kenmerken.
  7. Ruimte voor benadering en gebruik: De juiste ruimte is beschikbaar om opdrachten uit te voeren. De benadering, reikwijdte, het instellen en het gebruik zijn niet afhankelijk zijn van de lengte, postuur of mobiliteit van de gebruiker. Een voorbeeld: Een flexibel laboratorium met werkruimte voor studenten die links of recht zijn of die bij voorkeur zitten of juist staand werken.

Activiteiten

De principes zijn een garantie voor toegankelijk en kwalitatief goed onderwijs en sluiten aan bij de Nederlandse wetgeving (Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte). De principes geven alleen geen inzicht in hoe en wanneer ze geïmplementeerd kunnen worden in het ontwikkelen en geven van onderwijs. Burgstahler (University of Washington) gaat hier daarom in haar onderzoek verder op in en geeft in haar artikel een aantal aanbevelingen hoe UDI tijdens colleges geïmplementeerd kan worden.

  • Het klimaat: Zorg voor activiteiten die weerspiegelen dat diversiteit en inclusie een belangrijke positieve plek hebben in de cursus. Een voorbeeld: Geef in de introductie van de cursus (de handleiding/de leeromgeving/het eerste college) aan dat studenten welkom zijn om mogelijke aanpassingen en specifieke leerbehoeften te bespreken.
  • Interactie: Moedig geregelde en effectieve interactie tussen studenten en de docent aan en zorg dat de communicatievorm past bij alle deelnemers. Een voorbeeld: Geef een groepsopdracht waarbij studenten elkaar moeten ondersteunen en waarin verschillende soorten vaardigheden en taken aan bod komen.
  • Omgeving en opdrachten: Zorg ervoor dat alle faciliteiten, activiteiten, materialen en gereedschap toegankelijk en bruikbaar zijn voor alle studenten en dat bij het inschatten van de veiligheid rekening is gehouden met verschillende kenmerken van de studenten. Een voorbeeld: Ontwikkel een veiligheidsprocedure voor alle studenten, ook studenten die blind, doof of motorisch beperkt zijn.    
  • Vormen van aanbieden: Gebruik verschillende soorten instructiemethodes die toegankelijk zijn voor alle studenten. Een voorbeeld: Gebruik verschillende manieren om achtergrondinformatie aan te leveren; Geef studenten de mogelijkheid om te kiezen tussen verschillende leermiddelen hen kunnen motiveren en betrekken bij hun studie. Denk bijvoorbeeld aan (online) colleges, groepswerk, praktijkopdrachten, ondersteuning via internet, e-learning, veldwerk, onderzoek, enzovoort.    
  • Bronnen en technologie: Zorg ervoor dat cursusmaterialen, aantekeningen en andere informatie stimulerend, flexibel en toegankelijk is voor alle studenten. Een voorbeeld: Leg ver voordat de cursus begint de literatuur en de syllabus vast, zodat studenten alvast kunnen beginnen aan het leeswerk en de opdrachten voordat de cursus begint. Hierdoor krijgen studenten ook de tijd om het materiaal om te (laten) zetten naar bijvoorbeeld audioformaat of braille.
  • Feedback: Zorg geregeld voor gerichte feedback. Een voorbeeld: Geef studenten de mogelijkheid om onderdelen van grote opdrachten in te leveren om daar feedback op te krijgen.
  • Toetsing: Meet de studievoortgang geregeld via verschillende toegankelijke methodes en tools, pas het lesmateriaal gedurende de cursus aan aan de resultaten. Een voorbeeld: gebruik zowel groepswerk als individuele opdrachten om de opgedane kennis en vaardigheden te meten.
  • Aanpassingen: Zorg voor aanpassingen voor studenten waarbij het ontwerp van de cursus niet passend aansluit. Een voorbeeld: ken het protocol van de onderwijsinstelling met betrekking tot alternatieve formaten, wisselingen in roostering en de mogelijkheden om aanpassingen te regelen voor studenten met een functiebeperking.    

Implementatie

Naar aanleiding van de principes kan nog een tweede vraag gesteld worden: Hoe kan tijdens het ontwerpen van een cursus rekening gehouden met Universal Design for Instruction? Burgstahler (University of Washington) geeft in haar artikel een overzicht van mogelijke momenten waarop nagedacht moet worden over UDI om onderwijs zo toegankelijk en inclusief mogelijk te maken.

  • Beschrijf de cursus: Wat houdt de cursus in, wat zijn de leerdoelen, wat is de inhoud.
  • Definieer de doelgroep: Maak een beschrijving van de studentenpopulatie die zich voor de cursus zou kunnen inschrijven. Houd rekening met mogelijke verschillen (denk bijvoorbeeld aan geslacht, leeftijd, afkomst, taalachtergrond, leerstijl en mogelijkheden om te zien, horen, bewegen, lezen en communiceren).
  • Betrek studenten: Neem opmerkingen en aanvullingen van studenten mee bij de ontwikkeling van de cursus. Als je niet meteen gebruik kunt maken van een soort klankbordgroep van studenten, vraag dan eens advies bij experts van dienst studentenzaken of het decanaat.
  • Ontdek en gebruik verschillende instructievormen en wissel af: Gebruik verschillende pedagogische en didactische strategieën. Pas deze strategieën aan aan de richtlijnen voor Universal Design.    
  • Inzet van leermiddelen: combineer Universal Design met goede instructiemethoden zodat lesmethoden, opdrachten, toetsen en assesments voor iedereen toegankelijk zijn. Hou rekening met UDI tijdens discussies, groepswerk, het maken van handouts, online materiaal, werkruimtes, veldwerk, toetsen en andere activiteiten en materialen. Houd rekening met studenten met allerlei talenten en belemmeringen.
  • Zorg voor aanpassingen: ken de procedures om aanpassingen aan te vragen voor  studenten waarvoor de cursus in zijn standaardvorm niet toegankelijk is (tolken, gebruik van computer, gebruik van ringleiding, enz). 
Evalueer: Meet de effectiviteit van de ingezette leermiddelen via observatie en feedback van studenten, meet de begrepen en geleerde kennis en pas de cursus aan de groep aan.

Meer informatie