Opmaak uitschakelen

FAQ over Universal Design for Learning

-
FAQ over Universal Design for Learning
">
Dit is een vertaling van de FAQ (veelgestelde vragen) op de website van www.CAST.org (Center for Applied Special Technology) Hierin vindt u de belangrijkste antwoorden over UDL.
  1. Wat hebben docenten in de praktijk aan UDL?
  2. Op welke manier zorgt UDL ervoor dat studenten gelijke kansen krijgen om te leren?
  3. Wat zijn de principes van UDL?
  4. Ik ken de term universal design maar ik heb nog nooit van Universal Design for Learning gehoord. Wat is het verschil?
  5. Hoe  kan technologie leraren helpen het lesmateriaal af te stemmen op individuele leerbehoeftes van studenten?
  6. Hoe kunnen internet en multimedia worden gebruikt om tegemoet te komen aan de leerbehoeftes van studenten met verschillende achtergronden, leerstijlen, capaciteiten en beperkingen?

1. Wat is Universal Design for Learning?

Universal Design for Learning (UDL) is een kader waarmee docenten een leerplan (leerdoelen, methoden, materialen en opdrachten) op kunnen stellen dat toegankelijk is voor alle studenten. Door ze te ondersteunen bij hun leerproces en eventuele drempels weg te nemen, komt het tegemoet aan de studiebehoeftes van alle studenten. Het leerplan stelt iedereen in staat kennis en vaardigheden op te doen en weet leerlingen te enthousiasmeren zonder dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat.

Q 1. Universal Design for Learning (UDL) is a research-based framework for designing curricula—that is, educational goals, methods, materials, and assessments—that enable all individuals to gain knowledge, skills, and enthusiasm for learning. This is accomplished by simultaneously providing rich supports for learning and reducing barriers to the curriculum, while maintaining high achievement standards for all students.

2. Wat hebben docenten in de praktijk aan UDL?

Van kleuterschool tot universiteit; Elk klaslokaal bevat een breed scala aan leerlingen. Deze leerlingen hebben allemaal een andere (culturele) achtergrond, andere capaciteiten of hebben een lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperking. Daarnaast hebben ze allemaal een eigen manier om dingen te leren en zijn ze op verschillende manieren te motiveren. Sommigen leren heel snel, anderen hebben wat meer tijd en uitleg nodig.

Universal Design for Learning ondersteunt docenten bij het toegankelijk maken van hun leermateriaal door flexibele instructiematerialen, leertechnieken en strategieën aan te bieden. Bijvoorbeeld de mogelijkheid

  • informatie op verschillende manieren te presenteren (wat leren we?)
  • studenten de kans te geven op diverse manieren te tonen wat ze weten (hoe leren we?)
  • studenten te motiveren en stimuleren te leren (waarom leren we?)

Een UDL-leerplan komt tegemoet aan de studiebehoeftes van een zo groot mogelijk aantal studenten. Hierdoor is het niet meer nodig om, in een later stadium, dure en tijdrovende wijzigingen aan het leerplan door te voeren.

Q 2. 
From pre-kindergarten to graduate school, classrooms usually include learners with diverse abilities and backgrounds, including students with physical, sensory, and learning disabilities, differing cultural and linguistic backgrounds, varied preferences and motivations for learning, students who are unusually gifted, and many others. 
Universal Design for Learning supports teachers’ efforts to meet the challenge of diversity by providing flexible instructional materials, techniques, and strategies that help teachers differentiate instruction to meet these varied needs. It does this by providing options for: Presenting information and content in different ways (the "what" of learning) Differentiating the ways that students can express what they know (the "how" of learning) Stimulating interest and motivation for learning (the "why" of learning) A universally designed curriculum is designed from the outset to meet the needs of the greatest number of users, making costly, time-consuming, and after-the-fact changes to curriculum unnecessary.

3. Op welke manier zorgt UDL ervoor dat studenten gelijke kansen krijgen om te leren?

In Nederland heeft iedereen recht op hoogwaardig onderwijs. Ook studenten met een beperking moeten gewoon het leerplan kunnen volgen en bepaalde leerdoelen behalen. 
Niemand mag dus worden uitgesloten van onderwijs. Het onderwijs is echter vaak de reden dat studenten niet goed mee kunnen komen. De lesprogramma's (de leerdoelen, materialen, lesmethoden en opdrachten) zijn niet flexibel en het is niet mogelijk om van het programma af te wijken. Daarnaast komen ze niet tegemoet aan de studiebehoeftes van studenten, laat staan de behoeftes van studenten met een beperking. Leraren lossen dit op door op eigen houtje het lesprogramma aan te passen. Dit is duur, inefficiënt en draagt niet bij het leerproces van studenten. 
Door al bij het opstellen van het lesprogramma rekening te houden met de diverse leerbehoeftes van studenten, wordt ervoor gezorgd dat onderwijs echt voor iedereen toegankelijk is. De kwaliteit van het lesprogramma blijft van hoog niveau en de voortgang van studenten is goed bij te houden.  

Q 3. 
Both IDEA and NCLB (No Child Left Behind act) recognize the right of all learners to a high-quality standards-based education. The laws preclude the development of separate educational agendas for students with disabilities and others with special needs. They also hold teachers, schools, districts, and states responsible for ensuring that these students demonstrate progress according to the same standards. 
Neither law adequately addresses the greatest impediment to their implementation: the curriculum itself. In most classrooms, the curriculum is disabled. It is disabled because its main components—the goals, materials, methods, and assessments—are too rigid and inflexible to meet the needs of diverse learners, especially those with disabilities. Most of the present ways to remediate the curriculum’s disabilities—teacher-made workarounds and modifications, alternative placements etc.—are expensive, inefficient, and often ineffective for learning. 
By addressing the diversity of learners at the point of curriculum development (rather than as an afterthought or retrofit), Universal Design for Learning is a framework that enables educators to develop curricula that truly "leave no child behind" by maintaining high expectations for all students while effectively meeting diverse learning needs and monitoring student progress.

4. Wat zijn de principes van UDL?

Universal Design for Learning staat voor:
  • een betere manier van het overhoren van leerstof door opdrachten/assessments te ontwikkelen die een precies beeld geven van de voortgang van alle studenten.
  • Een flexibel lesprogramma dat studenten stimuleert om het beste uit zichzelf te halen.

Q 4. 
Universal Design for Learning supports: 
 Greater accountability by guiding the development of assessments that provide accurate, timely, and frequent means to measure progress and inform instruction for all students. Greater flexibility and choice for teachers, parents, and students by guiding the development of curricula that provide high expectations for every student and meaningful choices to meet and sustain those high expectations. Greater use of evidence-based practices by guiding the design of high-quality curriculum that include research-based techniques for all students, including those with disabilities.

5. Ik ken de term universal design maar ik heb nog nooit van Universal Design for Learning gehoord. Wat is het verschil?

'Universal design' is het ontwerpen van producten of gebouwen die voor iedereen toegankelijk zijn. Hoofdtelefoons, stoepranden of ondertiteling van televisieprogramma's zijn voorbeelden van universal design. Het zijn innovaties waar veel mensen iets aan hebben, ook mensen met een beperking. Universal design binnen het onderwijs houdt meestal in dat schoolgebouwen of studiematerialen fysiek toegankelijk zijn voor iedereen. Natuurlijk is fysieke toegankelijkheid een belangrijk onderdeel van Universal Design for Learning. Maar dit is maar een begin. Echt leren vereist veel meer dan fysieke aanwezigheid. Om te leren is er ook cognitieve en intellectuele toegankelijkheid nodig. Een student met een beperking kan een tekst misschien wel goed zien (fysieke toegang) maar heeft misschien wel moeite om de leesopdracht te begrijpen, de hoofdlijnen eruit te halen of te verwoorden wat hij precies heeft gelezen (cognitieve toegang). Een spastische student kan door zijn fysieke beperking juist misschien weer moeilijk uiten wat hij weet, terwijl hij de opdracht wel goed begrijpt. 
Universal Design for Learning biedt een aantal aanbevelingen die ervoor zorgen dat het lesprogramma zowel cognitief als fysiek toegankelijk is voor alle studenten. Het biedt studenten ondersteuning en handvatten om studiemateriaal echt te begrijpen. Naast feitelijke informatie, leren ze vragen te stellen, zelfstandig informatie te vinden en deze kennis toe te passen. Kortom, studenten leren te leren.

Q 5. The term "universal design" refers to the movement in architecture and product development that aims to create places or things that are accessible to as many people as possible, including those with disabilities. Speakerphones, curb cuts, and close-captioned television are all examples of universal designs—innovations that benefit a variety of users, including individuals with disabilities. When applied to education, the term "universal design" generally concerns eliminating physical barriers to educational places or materials—for example, providing accessible textbooks. 
Of course, increasing physical access is an essential first step. But it is only the beginning. Genuine learning requires much more than physical access—it requires cognitive (or intellectual) access, too. A student with a learning disability may be able to see text clearly (physical access) but may have difficulty understanding the assignment or purpose for reading, finding main points, organizing notes, and expressing understanding (cognitive access). Conversely, a student with cerebral palsy may fully understand an assignment and have clear ideas for executing it (cognitive access) but be blocked from expressing those ideas by inappropriate tools (physical access). 
Universal Design for Learning recommends ways to provide cognitive as well as physical access to the curriculum. Students are provided with scaffolds and supports to deeply understand and engage with standards-based material. They not only have access to content and facts, but they learn to ask questions, find information, and use that information effectively. They learn how to learn.

6. Hoe kan technologie leraren helpen het lesmateriaal af te stemmen op individuele leerbehoeftes van studenten?

ICT-tools kunnen bijdragen aan het toegankelijk maken van lesmateriaal voor alle studenten. Hieronder volgen enkele voorbeelden: 
Pam is een studente die moeite heeft met leren. Nederlands is voor haar een tweede taal. Pam gebruikt een eReader met speciale software die geschreven tekst hardop voorleest. De gesproken woorden worden tegelijkertijd gemarkeerd. Dit helpt Pam woorden te herkennen, zinnen te volgen en haar leestempo te te bepalen. Pam leest de tekst eerst een aantal keer met de gesproken tekstfunctie en de tekstmarkering aan. Daarna leest ze de tekst nog een keer maar zet nu de gesproken tekstfunctie uit. Ze laat de tekstmarkering wel aan, maar verhoogt het leestempo. Op deze manier oefent ze begrijpend lezen en leessnelheid. 
Seth is een slechtziende student. Hij heeft geen moeite met begrijpend lezen maar gebruikt de eReader om het lettertype, de tekstkleur en stijl, de achtergrond en het contrast van een digitale tekst aan te passen. Hierdoor kan hij de tekst beter lezen.

Jeremy heeft moeite met spellen en houdt daarom niet van schrijven. Hij gebruikt computersoftware die geschreven tekst hardop voorleest om een paper te schrijven. De software leest de woorden, zinnen of alinea's die hij typt hardop voor. Op deze manier kan hij spelfouten of fouten in zijn zinsconstructie makkelijk achterhalen en verbeteren. Verkeerd gespelde woorden lichten op op het scherm. De pratende spellingscheck biedt Jeremy een aantal andere mogelijkheden zodat hij het verkeerd gespelde woord kan verbeteren. Op deze manier kan Jeremy een foutloos paper schrijven.

Daniel kan door zijn lichamelijke beperking geen toetsenbord of muis gebruiken. Hij gebruikt daarom speciale software die het toetsenbord en de muis overbodig maken. Hij bedient zijn computer en typt met behulp van gesproken commando's.

Ellen heeft moeite met leren. Ze vindt het lastig om informatie op het internet te zoeken. Ze raakt snel afgeleid door alle visuele prikkels en de stroom aan informatie. Daarom gebruikt ze speciale zoekmachinesoftware die haar helpt te focussen. Ze opent het programma en typt een zoekvraag bijvoorbeeld: Wat deed Harriet Tubman als verpleegster tijdens de Burgeroorlog? Het zoekprogramma checkt haar spelling en identificeert de verschillende zoekwoorden in haar zoekvraag, zoals Harriet Tubman, burgeroorlog en verpleegster. De zoekmachine geeft vervolgens 10 zoekresultaten die voldoen aan haar zoekcriteria. De zoekmachine bevat geen advertenties en afleidende informatie. Ellen bekijkt de gevonden websites en gebruikt de gesproken tekstfunctie zodat de tekst hardop wordt voorgelezen. Het zoekprogramma houdt haar zoektermen op het scherm zodat Ellen hierop kan focussen. Ze selecteert de informatie die ze kan gebruiken, plakt deze in een teksteditor en vult de informatie aan met haar eigen aantekeningen. De zoekmachine bewaart automatisch haar zoekopdracht en de websites die ze heeft bezocht zodat ze deze makkelijk terug kan vinden.

Q 6. 
Technology tools, if designed according to the Web Accessibility Initiative (WAI) and UDL guidelines, can be created to support the individualization necessary to engage all learners, as illustrated by the following examples. 
Pam, a student with learning disabilities for whom English is also a second language, uses CAST's eReader software to help her complete a reading assignment. eReader's spoken voice and synchronized highlighting features help her track words on a page, pace her reading, and associate the way a word looks with the way it sounds. After reading the story several times with the spoken voice option turned on and the highlighting speed set to slow, she turns the read aloud feature off, increases the highlighting speed slightly, and reads the story again. In this manner, she works gradually to increase her reading comprehension and speed. 
Seth, a student with low vision whose word comprehension skills are excellent, uses eReader to adjust the font, style, size, and color of digital text, background, and highlighting, to achieve maximum contrast and readability. 
Jeremy, a poor speller who does not enjoy writing, uses the auditory feedback offered by Don Johnston's Write:OutLoud software to engage in the task of writing an English composition. As he types his composition and it is displayed on the computer screen, the program reads it aloud by word, sentence, paragraph, or letter-by-letter, helping him to identify sentence construction problems and spelling mistakes. When he misspells a word, it flashes on the screen, indicating his error. Using the program's talking spell checker, he calls up a list of suggested words to replace the misspelled word, and, in the case of homonyms, short definitions to distinguish one word from another. Jeremy selects a word when its pronunciation (or definition) indicates it is the correct word, and completes the composition without spelling errors. 
Daniel, whose physical disabilities prevent him from using a mouse or a computer keyboard, uses Ke:nx software with Write:OutLoud to gain single switch access to program controls and an onscreen keyboard. In this way, he too can access the writing supports of the program to help him complete his written work. 
Ellen, an eighth-grade student with learning disabilities, finds it challenging to utilize the rich resources of the Internet because there is so much information to look at and so many visual distracters. But finding and organizing information from the Web is getting easier for her since her school installed CAST's eTrekker software on its library computers. She signs on, opens eTrekker, and types in a research question such as What did Harriet Tubman do in the Civil War as a nurse? eTrekker checks Ellen's spelling and identifies the keywords in her question, such as Harriet Tubman, Civil War, and nurse. Ellen presses the search button and eTrekker lists ten websites that match her search criteria. eTrekker's interface presents a search engine environment free of distracting advertisements and extraneous information. Ellen selects a few sites to visit, goes to those sites, and, using the reading supports of eReader, which she has also opened on her computer, selects the read feature to have information read aloud to her. eTrekker keeps her research question and keywords on the screen, helping her to maintain focus on the nursing aspect of Tubman's life, rather than her role in the Underground Railroad. Ellen highlights and pastes information into the onscreen notepad and generates some of her own notes on the topic. When she finishes her Internet search, eTrekker stores her research question and keywords, the websites she has visited, and her notes so that she can easily retrieve them.

7. Hoe kunnen internet en multimedia worden gebruikt om tegemoet te komen aan de leerbehoeftes van studenten met verschillende achtergronden, leerstijlen, capaciteiten en beperkingen?

Internet en digitale media maken het makkelijk om lesmateriaal te individualiseren. Het is echter belangrijk om leerervaringen goed te structureren en het leerdoel goed in de gaten te houden. Dit vraagt om een goede voorbereiding en aandacht voor de verschillende vaardigheden en leerbehoeftes van alle leerlingen.

Een voorbeeld: 
Een brugklas gebruikt tijden de natuurkundeles speciale software om onderzoek te doen naar walvissen. Met behulp van de software maken ze een mind map zodat ze gericht kunnen zoeken naar informatie. De studenten hebben allemaal verschillende vaardigheden en voorkeuren, maar door het gebruik van de 'Inspiration' software kunnen ze de opdracht (uitzoeken wat de beste plek is om walvissen te filmen voor een film en hoe duur is dit) tot een goed einde brengen. Een student die moeite heeft met lezen, kan uitstekend de grafieken interpreteren waarin het migratiepatroon van de walvis wordt weergegeven. Het wiskundige talent van een andere student biedt uitkomst als er berekend moet worden wat het kost om een filmploeg naar de golf van Maine te sturen om bultrugwalvissen te filmen. Terwijl de studenten hun informatie verzamelen, helpt de 'Inspiration' software er een geheel van te maken. Als het onderzoek klaar is, gebruikt de volgende student zijn grafische talent om hun bevindingen de presenteren in een schitterende PowerPointpresentatie.

Q 7. The flexibility of digital media and the varied resources available on the World Wide Web provide great opportunity for individualization. However, care must be taken to structure any learning experience so that the focus remains on the particular goal at hand. This requires preparation and careful consideration of each learner's needs and skills. 
Example: A seventh-grade science class, with the help of their teacher, uses Engaging Minds' Inspiration software, a concept mapping program, to create a ‘launch pad' of selected web sites to use when researching the topic of whales. Inspiration enables this diverse group of seventh-grade students, with varied abilities and preferences, to work together to fulfill the goal of the assignment: to find out the best place in the world to film whales for an upcoming movie, and how much such a project might cost. One student, a reluctant reader who does poorly in print-based assignments, excels when it comes to interpreting the data presented in maps and graphs depicting whale migratory patterns. Another student's math skills come to the fore as she analyzes how much it will cost to get a crew to the Gulf of Maine to film humpback whales in action. As the students gather their data, they weave their separate findings into a cohesive whole using Inspiration. When their research is complete, another student uses his visual talents to present the group's findings in a dazzling PowerPoint presentation.

Vertaling: Inge den Boer