Opmaak uitschakelen

Hulpmiddelen en begeleiding

-
Hulpmiddelen en begeleiding
">

Onderwijsvoorzieningen en vervoer

Wanneer studenten speciale individuele onderwijsvoorzieningen nodig hebben om te kunnen studeren, zoals een brailleleesregel, spraaksoftware, een speciale bureaustoel of een gebarentolk, kunnen zij deze aanvragen bij het UWV. Via de website van het UWV kunnen zij hiervoor het formulier ‘Aanvraag voorzieningendownloaden.

Ook kunnen studenten met een handicap of chronische ziekte onder omstandigheden een vergoeding krijgen van het UWV voor vervoer van en naar de onderwijsinstelling of een stageplaats. Voor studenten die gebruik maken van een auto geldt wel een eigen bijdrage. Ook noodzakelijke aanpassingen aan vervoersmiddelen komen voor vergoeding door het UWV in aanmerking. Voor de aanvraag van vergoedingen voor vervoer kunnen studenten het formulier ‘Aanvraag vergoeding vervoer’ gebruiken.

Het UWV vergoedt de goedkoopste voorziening die voor de student geschikt is. Meer informatie over voorzieningen en vervoerskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is te vinden in de Brochure ‘Voorzieningen voor het volgen van onderwijs’. De op dit moment geldende normbedragen voor de hoogte van de vergoedingen zijn te vinden in de Brochure ‘Normbedragen voorzieningen 2015’.

Het UWV neemt in principe binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend een beslissing. Studenten die het niet eens zijn met de beslissing van het UWV met betrekking tot hun aanvraag, kunnen hiertegen een bezwaarschrift indienen. Wanneer zij het vervolgens ook niet eens zijn met de beslissing op bezwaar, dan kunnen zij daartegen beroep instellen bij de rechtbank. Meer informatie daarover is te vinden bij ’Bezwaar en beroep’.

Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding op onderwijsinstelling

Vóór 1 januari 2015 konden studenten die vanwege hun handicap of chronische ziekte op de universiteit of hogeschool hulp nodig hadden bij persoonlijke verzorging, zoals toiletgebruik of eten, een beroep doen op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wet langdurige zorg (Wlz) heeft deze wet per 1 januari 2015 vervangen. Daarnaast is een deel van de AWBZ overgeheveld naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Zorgverzekeringswet (Zvw).

Persoonlijke verzorging op de onderwijsinstelling wordt dus vanaf 1 januari 2015 vanuit de Zorgverzekeringswet vergoed ('wijkverpleging'). De zorg wordt verleend door de zorgverzekering in samenwerking met de thuiszorg. 

Voor 95% van de huidige AWBZ-cliënten met persoonlijke verzorging (indicatie: psychogeriatrisch, lichamelijke beperking of somatische aandoening) geldt dat zij kunnen gebruik maken van het overgangsregime voor wijkverpleging. Deze huidige AWBZ-cliënten krijgen met ingang van 1 januari 2015 de zorg van hun zorgverzekeraar.

Zie voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen zorgverzekeraars en gemeenten bij persoonlijke verzorging, de informatiekaart van het Ministerie van VWS. 

Begeleiding vanuit de onderwijsinstelling

In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) is geregeld dat elke student recht heeft op studiebegeleiding. In het studentenstatuut en de studiegids van de opleiding staat beschreven hoe hier invulling aan wordt gegeven. Studenten kunnen bij hun studieloopbaanbegeleiders of studieadviseurs terecht met vragen over bijvoorbeeld studievertraging, een aangepaste studieplanning of onderbreking van de studie. 

Studentendecaan

Studenten hebben op grond van artikel 7.34 WHW recht op de diensten van een studentendecaan. De studentendecaan is onafhankelijk en is daarom de aangewezen persoon om vertrouwelijk studie-gerelateerde en onderwijs overstijgende problemen te bespreken. Bij de studentendecaan kunnen studenten bovendien terecht voor informatie, advies of begeleiding.

Studenten kunnen bijvoorbeeld met ondersteuning van de studentendecaan bij de examencommissie van hun opleiding een verzoek indienen voor bepaalde voorzieningen op de universiteit of hogeschool, die voor hen noodzakelijk zijn om te kunnen studeren. Te denken valt hierbij aan een ringleiding, (trap)lift, aparte tentamenruimte of extra tentamentijd. Wijst de examencommissie het verzoek van een student af dan kan hij tegen die beslissing bezwaar indienen bij de onderwijsinstelling of in beroep gaan. Meer informatie daarover is te vinden bij ’Bezwaar en beroep’.