Opmaak uitschakelen

Toegang tot opleiding

-
Toegang tot opleiding
">

Diploma-eisen

Om te kunnen studeren aan een universiteit of hogeschool moeten studenten aan bepaalde toelatingseisen voldoen. Zo moeten zij veelal in het bezit zijn van een diploma van een bepaalde vooropleiding. Daarbij geldt dat een havo-diploma of vwo-diploma in ieder geval toegang geeft tot een opleiding aan een hogeschool. Met een vwo-diploma of hbo-propedeuse kan ook een opleiding aan de universiteit worden gevolgd.
Aan studenten met een mbo-4 diploma die naar het hbo willen, kunnen vanaf het studiejaar 2015-2016 extra eisen worden gesteld. Dit geldt ook voor studenten met een propedeuse van een hbo-opleiding die een universitaire opleiding willen gaan volgen. Universiteiten mogen vanaf studiejaar 2013-2014 toelatingseisen stellen aan een student met een hbo-propedeuse. Het kan dus per instelling verschillen of een student met een hbo-propedeuse rechtstreeks wordt toegelaten tot de opleiding of eerst een toelatingstoets moet behalen. 

Het is mogelijk dat een hogeschool of universiteit een student toelaat die niet het juiste vooropleiding heeft. Er wordt dan door middel van een toelatingsonderzoek (colloquium doctum) gekeken of het kennisniveau van de student voldoende is om de studie te kunnen volgen.

Extra toelatingseisen

Naast diploma-eisen hebben sommige opleidingen nog extra toelatingseisen. Bijvoorbeeld de eis dat aanstaande studenten op de middelbare school examen hebben gedaan in bepaalde vakken of een bepaald profiel. De toelatingseisen voor studies zijn te vinden in de Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs.

Bij sommige opleidingen vindt er bovendien een selectie van studenten plaats die ervoor moet zorgen dat de juiste student op de juiste plek terechtkomt. Dit is het geval bij opleidingen met een vastgesteld aantal plaatsen (bijvoorbeeld geneeskunde), kleine en intensieve opleidingen (university colleges) en opleidingen met aanvullende eisen (bijvoorbeeld kunstonderwijs). De opleidingen bepalen zelf de selectiecriteria, die over het algemeen te maken hebben met de vooropleiding, het vakkenpakket, de werkervaring of specifieke kennis en vaardigheden van de studenten. Selectie mag niet plaatsvinden op grond van handicap.

Studiekeuze

Het is belangrijk dat aankomende studenten goed nadenken over hun studiekeuze. Het kabinet wil hen hier graag bij helpen en heeft daarom gemaakt. De wet bepaalt onder andere dat studenten zich uiterlijk op 1 mei moeten aanmelden voor de studie van hun keuze en dat zij dan recht hebben op een studiekeuzecheck. De onderwijsinstelling kan studenten ook verplichten aan een studiekeuzecheck mee te doen.

De studiekeuzecheck is bedoeld om erachter te komen of de opleiding waarvoor studenten zich hebben aangemeld, ook echt bij hen past. Hoe de check eruit ziet, verschilt per onderwijsinstelling. Het kan bijvoorbeeld gaan om een matchingsgesprek, een vragenlijst of proefstuderen. Studenten die zich uiterlijk op 1 mei voor het eerst voor een opleiding hebben aangemeld, kunnen zich daarna tot 1 september eventueel nog voor een andere opleiding aanmelden. Voor meer informatie over aanmelden, ga naar:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hoger-onderwijs/inhoud/studiekeuze-en-toelating

Toegang tot onderwijs en instellingsfaciliteiten

Het recht van studenten op universitair en hoger beroepsonderwijs is vastgelegd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Alle ingeschreven studenten dienen op basis van artikel 7.34 WHW toegang te hebben tot de onderwijsinstelling, onderwijs te kunnen genieten, tentamens en examens te kunnen afleggen, gebruik te kunnen maken van studiebegeleiding en andere bestaande voorzieningen, waaronder de diensten van een studentendecaan. Dat op deze punten geen onderscheid gemaakt mag worden tussen studenten met – en studenten zonder functiebeperking, is tevens vastgelegd in artikel 6 van de WGBh/cz.

Onderwijsinstellingen zijn verplicht om waar nodig doeltreffende aanpassingen te verrichten voor studenten met een functiebeperking, tenzij deze aanpassingen voor de instellingen een onevenredige belasting vormen. Dit is vastgelegd in artikel 2 van de WGBh/cz. Iedere onderwijsinstelling heeft een medezeggenschapsorgaan dat onder andere als taak heeft hierop toe te zien. In de WHW is namelijk bepaald dat de universiteitsraad (artikel 9.32) en de medezeggenschapsraad van de hogeschool (artikel 10.19) moeten waken voor discriminatie op welke grond dan ook.

Studenten die van mening zijn dat de onderwijsinstelling zich onvoldoende voor hen inzet, kunnen een klacht indienen bij de instelling zelf en/of bij het College voor de Rechten van de Mens. Meer informatie hierover is te vinden bij ’Klachten over behandeling’.